ECLI:NL:CRVB:2011:BP9608
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over recht op WAO-uitkering en zorgvuldigheid bij besluitvorming UWV
Appellant, een voormalig constructiebankwerker, meldde zich ziek met whiplash- en schouderklachten. Het UWV weigerde aanvankelijk een WAO-uitkering toe te kennen, mede op basis van medische onderzoeken en arbeidskundig onderzoek. In 2007 vond een herbeoordeling plaats, waarbij het UWV de arbeidsongeschiktheid opnieuw beoordeelde en een besluit nam dat later werd ingetrokken wegens een kennelijke misslag.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen ervan. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het UWV het besluit onvoldoende zorgvuldig had voorbereid en dat het rapport van de bezwaarverzekeringsarts niet voldoende inzicht gaf in de medische beoordeling van de beperkingen.
De Raad stelde vast dat onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om zelf in de zaak te voorzien en droeg het UWV op binnen zes weken het gebrek in het bestreden besluit te herstellen met inachtneming van de overwegingen van de Raad. Hiermee wordt het belang van zorgvuldige en gemotiveerde besluitvorming bij sociale zekerheidsuitkeringen benadrukt.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.