ECLI:NL:CRVB:2011:BP9362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig thuishulp, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekte. Het UWV stelde vast dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op uitkering bestond. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij door fysieke en psychische beperkingen meer arbeidsongeschikt was dan vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht rekening had gehouden met de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en dat de werkzaamheden binnen die beperkingen passen. De Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep. Het rapport van een internist, dat appellant volledig arbeidsongeschikt achtte, werd niet doorslaggevend geacht omdat de internist niet bevoegd is om arbeidsmogelijkheden vast te stellen.
De Raad concludeert dat appellant geen nieuwe medische gegevens heeft ingebracht en dat de bezwaren onvoldoende onderbouwd zijn. De vastgestelde beperkingen in de FML zijn adequaat en de werkzaamheden van de functies waarop de beoordeling is gebaseerd, overschrijden deze beperkingen niet. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.