ECLI:NL:CRVB:2011:BP8885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- J.Th. Wolleswinkel
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging repatriëring beroepsmilitair op grond van vermoeden strafbaar feit
Appellant, een beroepsmilitair in rang van sergeant eerste klasse, werd ontheven uit zijn functie en gerepatrieerd op grond van een vermeend strafbaar feit gepleegd tijdens zijn uitzending in Afghanistan. De commandant nam dit besluit na een incident waarbij appellant als wachtcommandant werd aangetroffen slapend tijdens zijn dienst.
De militaire kamer van de rechtbank veroordeelde appellant aanvankelijk tot een taakstraf wegens nalatigheid, maar het gerechtshof Arnhem sprak hem later vrij, omdat onvoldoende was voldaan aan de basisvereisten voor het overdragen van de wacht. Desondanks verklaarde de commandant het bezwaar van appellant tegen zijn repatriëring ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat repatriëring op grond van een vermoeden van een strafbaar feit een ordemaatregel is die spoedeisend kan worden uitgevoerd. De Raad stelt dat het vermoeden van een strafbaar feit ten tijde van de repatriëring voldoende redelijk was, ook al is appellant later vrijgesproken. De vrijspraak heeft geen invloed op de rechtmatigheid van het repatriëringsbesluit.
Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De Raad wijst een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtmatigheid van de repatriëring van appellant wegens een redelijk vermoeden van een strafbaar feit.