ECLI:NL:CRVB:2011:BP8596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WIA-uitkering wegens teveel ontvangen zonder dringende redenen
Appellante, een cardioloog in opleiding die wegens ziekte uitviel, ontving een WIA-uitkering vanaf april 2006. Later bleek dat zij vanaf die datum ook inkomsten had als bedrijfsarts, welke zij pas in 2007 aan het UWV meldde. Het UWV vorderde daarom onverschuldigd betaalde uitkeringen terug over de periode april 2006 tot oktober 2007.
Appellante betwistte de terugvordering en stelde dat bij het oorspronkelijke besluit al rekening was gehouden met haar inkomsten. Ook voerde zij aan dat het terug te betalen bedrag niet gespecificeerd was. De rechtbank wees haar beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht terugvordering toepaste op grond van artikel 77 Wet Pro WIA, omdat geen dringende redenen voor kwijtschelding aanwezig waren. Appellante had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat terugvordering onaanvaardbare financiële of sociale gevolgen zou hebben. Bovendien had zij geen ondubbelzinnige schriftelijke mededeling van het UWV ontvangen waaruit zou blijken dat haar inkomsten waren verwerkt in het besluit van juni 2006. De Raad concludeerde dat appellante een zeker risico heeft aanvaard door haar inkomsten niet tijdig te melden.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit tot terugvordering en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van teveel ontvangen WIA-uitkering wegens ontbreken van dringende redenen.