ECLI:NL:CRVB:2011:BP8533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening AOW-pensioen naar gehuwdennorm na overlijden echtgenoot
Appellante ontving vanaf maart 2002 een AOW-pensioen naar de gehuwdennorm. Na opname van haar echtgenoot in een AWBZ-instelling in april 2005 wijzigde de Sociale verzekeringsbank (Svb) het pensioen naar de ongehuwdennorm. Na het overlijden van haar echtgenoot in april 2007 verzocht appellante met terugwerkende kracht het pensioen weer naar de gehuwdennorm aan te passen vanwege hoge eigen bijdragen voor AWBZ-zorg.
De Svb weigerde dit verzoek en stelde dat appellante destijds voldoende was geïnformeerd over de financiële gevolgen van haar keuze. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door tijdelijke geestelijke stoornissen in 2005 niet in staat was een weloverwogen keuze te maken, onderbouwd met een verklaring van haar huisarts.
De Raad oordeelde dat deze verklaring onvoldoende bewijs leverde dat appellante geheel handelingsonbekwaam was. Tevens concludeerde de Raad dat de Svb niet tekort was geschoten in haar informatieplicht, aangezien appellante voldoende was gewaarschuwd voor de financiële risico's. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de Sociale verzekeringsbank wordt bevestigd.