ECLI:NL:CRVB:2011:BP8473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten en wettelijke rente na intrekking hoger beroep tegen UWV-beslissing
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage inzake een UWV-beslissing. Het UWV kwam met een gewijzigde beslissing op bezwaar geheel tegemoet aan de bezwaren van appellant, waarna het hoger beroep werd ingetrokken. Appellant verzocht de Raad om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten en wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
De Raad verwijst naar de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Beroepswet die de mogelijkheid bieden om bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming het bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade en kosten. De Raad stelt vast dat het UWV aan de bezwaren heeft voldaan en wijst het verzoek toe.
De proceskosten worden begroot op in totaal €1.529,50, verdeeld over verleende rechtsbijstand in bezwaar, beroep en hoger beroep. De Raad wijst tevens de vergoeding van wettelijke rente toe, verwijzend naar eerdere jurisprudentie over de wijze van berekening. Het onderzoek ter zitting blijft achterwege met instemming van partijen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming aan appellant.