ECLI:NL:CRVB:2011:BP8153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging redelijke belangenafweging bij matiging terugvordering persoonsgebonden budget
Appellante ontving in 2005 een persoonsgebonden budget (pgb) van het Zorgkantoor, dat later werd vastgesteld op € 21.201,30. Na bezwaar en een eerdere uitspraak van de rechtbank werd het oorspronkelijke terugvorderingsbedrag van € 8.777,01 gematigd tot € 2.977,50. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze matiging ongegrond, omdat het Zorgkantoor een redelijke belangenafweging had gemaakt.
In hoger beroep betwistte appellante deze redelijkheid en stelde dat het Zorgkantoor onvoldoende onderzoek had verricht naar de besteding van het pgb en dat het voorschot deels onterecht was toegekend. Het Zorgkantoor verweerde zich met verklaringen van andere bewoners en benadrukte de psychische beperkingen van appellante en haar kwetsbare relatie met de zorgverlener.
De Raad concludeerde dat het Zorgkantoor alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder de afhankelijke relatie en zorgplicht, had betrokken bij de belangenafweging. De matiging van het terugvorderingsbedrag tot ongeveer een derde van het oorspronkelijke bedrag werd als redelijk beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van € 2.977,50 door het Zorgkantoor bevestigd.