ECLI:NL:CRVB:2011:BP7979

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-6808 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 Ziektewet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die haar beroep ongegrond verklaarde inzake het recht op ziekengeld. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was en dat de conclusie dat appellante geschikt was voor haar eigen werk kon worden gedragen. De diabetes van appellante werd als goed gereguleerd beoordeeld, waardoor geen arbeidsbelemmeringen werden vastgesteld. Ook ten aanzien van andere lichamelijke en psychische klachten ontbraken medische stukken die een andere situatie zouden aantonen.

In hoger beroep heeft appellante onvoldoende medische onderbouwing geleverd om het oordeel van de rechtbank te weerleggen. De Raad benadrukt dat de beoordeling zich beperkt tot de situatie op 9 augustus 2006 en dat schommelingen in de gezondheidstoestand voor of na die datum buiten beschouwing blijven. Volgens artikel 19 van Pro de Ziektewet heeft een verzekerde alleen recht op ziekengeld bij objectief vastgestelde ongeschiktheid door ziekte, hetgeen hier niet is aangetoond.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden en uitgesproken op 16 maart 2011.

Uitkomst: Het beroep op ziekengeld wordt afgewezen omdat appellante op 9 augustus 2006 niet arbeidsongeschikt was.

Uitspraak

09/6808 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 december 2009, 09/2091 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 16 maart 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 februari 2011. Voor appellante is verschenen mr. De Jonge. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.M.J. Evers.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een overzicht van de feiten verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 29 april 2009, 07/4918 ZW (LJN BI 3022). Ter uitvoering van die uitspraak heeft het Uwv het besluit van 10 juni 2009 genomen, waarbij het bezwaar tegen het besluit van
8 augustus 2006 ongegrond is verklaard omdat appellante op 9 augustus 2006 geschikt was voor haar arbeid als administratief medewerkster.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat, gezien de wijze waarop de bezwaarverzekeringsarts in zijn rapporten van 9 juni 2009 en 7 september 2009 zijn conclusies heeft onderbouwd - mede gebaseerd op de bevindingen van de verzekeringsarts, informatie uit de behandelende sector en eigen onderzoek -, het onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest en de getrokken conclusie kan dragen. De stelling van appellante dat de diabetes aan de geschiktheid voor het eigen werk in de weg zou staan, is voldoende weerlegd in de rapporten van de bezwaarverzekeringsarts van 29 november 2007 en 6 oktober 2008. De bezwaarverzekeringsarts heeft opgemerkt dat bij een goed gereguleerde diabetes geen sprake is van arbeidsbelemmeringen. De rechtbank heeft daaraan toegevoegd dat appellante geen medische stukken in het geding heeft gebracht, waaruit zou blijken dat van een goed gereguleerde diabetes geen sprake was. Ook ten aanzien van de overige lichamelijke en psychische klachten heeft appellante naar het oordeel van de rechtbank geen medische gegevens overgelegd, waaruit zou blijken dat de situatie anders is dan door de bezwaarverzekeringsarts is aangenomen. Betreffende de dysthymie heeft de rechtbank overwogen dat het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts overeenstemt met het door de psychiater dr. A.P.K. van Eekeren gegeven oordeel over de belastbaarheid van appellante. De rechtbank heeft daarbij betrokken dat appellante heeft opgemerkt dat op 9 augustus 2006 haar lichamelijke klachten op de voorgrond stonden, anders dan ten tijde van haar uitval in 1996.
3.1. Hetgeen in hoger beroep namens appellante is aangevoerd maar niet is onderbouwd met nadere medische gegevens, biedt onvoldoende aanknopingspunten om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. De Raad merkt daarbij op dat in dit geding slechts wordt geoordeeld over de mate van arbeidsongeschiktheid op 9 augustus 2006. Met eventuele schommelingen in de gezondheidstoestand van appellante vóór en na deze datum kan in dit geding geen rekening worden gehouden.
3.2. De Raad voegt daaraan toe dat ingevolge artikel 19 van Pro de Ziektewet (ZW) de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken recht heeft op ziekengeld. Dat appellante diverse en mogelijk toegenomen klachten heeft, is gemeten naar deze maatstaf onvoldoende om te concluderen tot ongeschiktheid.
3.3. Hetgeen hiervoor onder 3.1 en 3.2 is overwogen leidt de Raad tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
4. De Raad ziet tot slot geen aanleiding om over te gaan tot een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2011.
(get.) C.P.J. Goorden.
(get.) M. Mostert.
NK