ECLI:NL:CRVB:2011:BP7886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie eigen risico 2008 op grond van medicijngebruik volgens Zvw
Appellant vroeg compensatie van het eigen risico 2008 aan bij het CAK op grond van artikel 118a van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Het CAK wees dit af omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden, met name het medicijngebruik, die de groep chronisch zieken en gehandicapten afbakenen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij de keuze van de wetgever om medicijngebruik als criterium te hanteren onderschreef. Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat zijn rolstoelgebondenheid sinds 1969 en het chronisch karakter van zijn aandoening recht geven op compensatie, ongeacht medicijngebruik.
De Raad constateerde dat de rechtbank het geding buiten zitting had afgedaan terwijl na toestemming van appellant nieuwe stukken waren ingebracht, zonder hem opnieuw te horen, wat in strijd is met artikel 8:57 Awb Pro. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en beoordeelde vervolgens inhoudelijk het beroep. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en vond geen reden om het beroep gegrond te verklaren. De Raad oordeelde dat de minister terecht de ministeriële regeling heeft vastgesteld waarin medicijngebruik als criterium wordt gehanteerd om de doelgroep af te bakenen.
De Raad wees het beroep af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de compensatie eigen risico 2008 wordt ongegrond verklaard.