ECLI:NL:CRVB:2011:BP7702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Herziening maatregel verlaging bijstand wegens niet-nakoming arbeidsinschakelingsverplichtingen
Betrokkene ontvangt sinds 1997 bijstand en werd verplicht deel te nemen aan trajectbegeleiding gericht op uitstroom naar reguliere arbeid. Ondanks een arbeidspsychologisch advies dat een Wsw-dienstverband passend zou zijn, weigerde betrokkene hieraan mee te werken en aanvaarde hij geen door appellant aangeboden algemeen geaccepteerde arbeid.
Appellant legde meerdere verlagingen van de bijstand op wegens het niet aanvaarden van arbeid en onvoldoende gebruik van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze maatregelen gegrond, omdat zij oordeelde dat de verplichtingen uit de WWB niet op betrokkene van toepassing waren, mede omdat Wsw-arbeid geen algemeen geaccepteerde arbeid zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat de verplichtingen uit artikel 9 van Pro de WWB wel van toepassing zijn. De Raad bevestigt de verlaging van de bijstand wegens het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, maar vernietigt de verlaging wegens het niet verschijnen bij een hernieuwde kennismaking, omdat dit geen concreet en duidelijk aanbod van een voorziening betrof en betrokkene niet gewaarschuwd was.
De Raad bepaalt dat de bijstand van betrokkene met ingang van 1 november 2007 gedurende één maand met 20 procent wordt verlaagd en vergoedt het betaalde griffierecht. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstand van betrokkene wordt gedeeltelijk verlaagd en een eerdere verlaging wordt vernietigd wegens onduidelijk aanbod en gebrek aan waarschuwing.