ECLI:NL:CRVB:2011:BP7519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Langdurigheidstoeslag geweigerd wegens gezamenlijke huishouding en inkomen ex-partner
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en vroeg een langdurigheidstoeslag aan. Het College weigerde deze toeslag omdat zij in de referteperiode van 60 maanden een gezamenlijke huishouding zou hebben gevoerd met haar ex-partner, die een inkomen had boven de bijstandsnorm voor gehuwden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het besluit tot weigering van de toeslag op een onjuiste grondslag berust omdat de aanwezigheid van arbeidsmarktperspectief niet aan appellante kan worden toegerekend vanwege het inkomen van haar partner.
Echter, de Raad stelt vast dat appellante niet voldeed aan de voorwaarde dat zij in de referteperiode geen inkomen mocht hebben dat hoger is dan de bijstandsnorm, omdat het inkomen van haar ex-partner in de gezamenlijke huishouding hoger was dan deze norm. Daarom laat de Raad de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van langdurigheidstoeslag wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.