ECLI:NL:CRVB:2011:BP7450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Wajong-uitkering wegens verhuizing naar Frankrijk zonder zwaarwegende redenen
Appellante, sinds haar veertiende bekend met psychische klachten, ontving een Wajong-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na haar verhuizing naar Frankrijk in april 2008 beëindigde het Uwv haar uitkering, omdat zij buiten Nederland ging wonen. Appellante stelde dat zij afhankelijk was van de zorg van haar ouders en dat de verhuizing van haar ouders naar Frankrijk noodzakelijk was vanwege werk en financiële omstandigheden.
De Raad liet het in het midden of de ouders al eerder in Frankrijk woonden, maar oordeelde dat de verhuizing in 2008 voornamelijk een eigen keuze was en niet gebaseerd op objectieve, dwingende redenen zoals vereist volgens het Besluit. Er was onvoldoende bewijs dat het voor de ouders financieel of anderszins onmogelijk was om in Nederland te blijven wonen.
De Raad concludeerde dat de omstandigheden niet voldeden aan de criteria voor het toepassen van de hardheidsclausule die het voortzetten van de Wajong-uitkering buiten Nederland mogelijk maakt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Wajong-uitkering bevestigd.