ECLI:NL:CRVB:2011:BP7448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening voor personen onder Wet VPS overgangsregeling
De zaak betreft het hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank (Svb) tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die een aanvraag van betrokkene voor een eenmalige tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke Regeling pensioenverevening (TRP) toewijst. Betrokkene viel onder de categorie personen die volgens artikel 12, tweede lid, van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VPS) een overgangsregeling hebben, maar bij wie geen pensioenverevening heeft plaatsgevonden omdat er geen pensioen was opgebouwd of het drempelbedrag niet werd overschreden.
De Raad stelt vast dat de TRP bedoeld is voor personen die vóór 27 november 1981 zijn gescheiden en geen gebruik kunnen maken van de Wet VPS. Personen die wel onder de overgangsregeling van artikel 12 Wet Pro VPS vallen, zijn volgens de tekst en bedoeling van de TRP uitgesloten van de doelgroep. Dit ondanks dat zij feitelijk geen pensioenverevening ontvingen. De Raad baseert dit op de parlementaire geschiedenis en de toelichting bij de regeling, waarin de TRP is opgezet als een grofmazige regeling voor kwetsbare personen die geen aanspraak hebben op pensioenverevening.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond. De Svb heeft de aanvraag terecht afgewezen omdat betrokkene valt onder de categorie die in de Wet VPS een overgangsregeling kent en daarom niet in aanmerking komt voor de TRP.
Uitkomst: De aanvraag van betrokkene voor een eenmalige tegemoetkoming op grond van de TRP wordt afgewezen omdat zij valt onder de overgangsregeling van artikel 12 Wet VPS.