ECLI:NL:CRVB:2011:BP7447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening voor categorie met overgangsregeling Wet VPS
De zaak betreft het hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die een eenmalige tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke Regeling pensioenverevening (TRP) had toegekend aan betrokkene. Betrokkene viel onder de categorie personen die volgens artikel 12, tweede lid, van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VPS) een overgangsregeling hebben, maar bij wie het pensioen vanwege een drempelbedrag niet werd verevend.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat de TRP bedoeld is voor personen die niet onder de overgangsregeling van de Wet VPS vallen en daardoor geen aanspraak kunnen maken op pensioenverevening. De Raad interpreteert artikel 2, tweede lid, van de TRP zodanig dat deze categorie personen van de doelgroep van de TRP is uitgesloten, ook als het pensioen feitelijk niet werd verevend vanwege het drempelbedrag.
De Raad baseert dit op de parlementaire geschiedenis, de bedoeling van de regeling en de motie Mosterd/Verbeet, waarin de regeling is bedoeld voor mensen die vóór 1981 zijn gescheiden en geen beroep kunnen doen op de Wet VPS. De rechtbank had de aanvraag van betrokkene ten onrechte toegewezen. De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en verklaart het beroep van de Sociale verzekeringsbank ongegrond.
Uitkomst: De aanvraag van betrokkene voor een eenmalige tegemoetkoming op grond van de TRP is terecht afgewezen omdat zij onder de overgangsregeling van de Wet VPS valt.