ECLI:NL:CRVB:2011:BP7445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering eenmalige TRP-uitkering ondanks vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel
Appellant diende een aanvraag in voor een eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening (TRP) en kreeg deze toegekend. Later stelde de Sociale verzekeringsbank (Svb) vast dat appellant niet voldeed aan de voorwaarde dat hij op 1 juli 2007 een AOW-pensioen voor een ongehuwde ontving, waarna het bedrag werd teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat de terugvordering in strijd was met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep handhaafde de Raad dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant alert had moeten zijn op zijn gewijzigde AOW-status en dat hij had kunnen en moeten onderkennen dat hij ten onrechte de tegemoetkoming ontving.
De Raad stelde vast bevoegd te zijn omdat de TRP verwant is aan sociale zekerheidswetten binnen zijn rechtsmacht. De terugvordering werd gegrond verklaard, zonder proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van de eenmalige TRP-uitkering wordt bevestigd omdat appellant had kunnen en moeten onderkennen dat hij ten onrechte de tegemoetkoming ontving.