ECLI:NL:CRVB:2011:BP7434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- E.E.V. Lenos
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde ANW-uitkering ondanks WSNP
Appellant ontving sinds 1997 een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Na toepassing van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) tussen 1999 en 2004 betaalde de Sociale Verzekeringsbank (Svb) de uitkering aan de boedelrekening van de bewindvoerder. De Svb beëindigde in 2002 de uitkering wegens gezamenlijke huishouding en vorderde later te veel betaalde bedragen terug.
Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering, die deels werd herzien vanwege de WSNP, maar bleef ontevreden over de hoogte van de aflossingscapaciteit en de wijze van invordering. De rechtbank wees het beroep af en ook in hoger beroep oordeelt de Raad dat de Svb terecht het eerdere besluit gedeeltelijk heeft heroverwogen en dat de WSNP geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt die tot verdere herziening leidt.
De Raad stelt dat de Svb bij de vaststelling van de aflossingscapaciteit niet onjuist heeft gehandeld, ook al is het inkomen van de partner en zorgtoeslag niet meegenomen, en dat schulden aan derden terecht buiten beschouwing zijn gelaten. Het bestreden besluit tot terugvordering van €29.179,80 blijft daarom in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €29.179,80 en verklaart het beroep van appellant ongegrond.