ECLI:NL:CRVB:2011:BP7425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing eenmalige TRP-uitkering wegens toepassing overgangsregeling Wet VPS
De zaak betreft het hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank (Svb) tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die de afwijzing van een eenmalige tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke Regeling pensioenverevening (TRP) vernietigde. Betrokkene viel binnen de categorie van personen die volgens artikel 12, tweede lid, van de Wet VPS een overgangsregeling hebben voor pensioenverevening bij echtscheiding.
De Svb wees de aanvraag af omdat betrokkene langer dan 18 jaar gehuwd was en tijdens het huwelijk een minderjarig kind had, waardoor zij aanspraak had kunnen maken op pensioenverevening op grond van de Wet VPS. Betrokkene stelde dat zij geen pensioenverevening ontving omdat het pensioen te laag was of niet bestond, en daarom recht had op de TRP-uitkering.
De Raad overwoog dat de TRP bedoeld is voor personen die niet onder de overgangsregeling van de Wet VPS vallen, en dat het feit dat betrokkene geen pensioen ontving geen grond is om de TRP-uitkering toe te kennen. Wel oordeelde de Raad dat betrokkene ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarprocedure, waardoor het bestreden besluit vernietigd blijft. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. De Svb werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: De aanvraag voor een eenmalige TRP-uitkering wordt terecht afgewezen omdat betrokkene onder de overgangsregeling van de Wet VPS valt.