ECLI:NL:CRVB:2011:BP7218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Wazo-uitkering en afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante kreeg een Wazo-uitkering die het UWV met terugwerkende kracht beëindigde omdat zij geen werkzaamheden had verricht en daardoor niet verzekerd was. Het UWV vorderde de uitkering terug en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit en deze uitspraak werd onherroepelijk.
Appellante verzocht vervolgens om herziening van de besluiten, onderbouwd met een vrijspraak in een strafzaak wegens valsheid in geschrifte. Het UWV wees het herzieningsverzoek af omdat het vonnis geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatte die herziening rechtvaardigen.
De Raad overwoog dat het vonnis van de politierechter de strafrechtelijke beoordeling van reeds bekende feiten betrof en geen nieuw feitencomplex opleverde. Ook de door appellante gestelde motivering van de politierechter werd niet onderbouwd met bewijs. Bovendien zou zelfs indien die motivering bestond, dit geen nieuwe omstandigheden betreffen die relevant zijn voor de verzekering op de datum 18 mei 2004.
Daarom bevestigde de Raad de eerdere uitspraak en wees het herzieningsverzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Wazo-uitkering en wijst het verzoek om herziening af wegens het ontbreken van nieuwe feiten.