ECLI:NL:CRVB:2011:BP7051
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering hernieuwde toekenning WAO-uitkering ondanks nieuwe diagnose MCS
Appellante was sinds maart 1997 arbeidsongeschikt wegens surmenageklachten en kreeg in 1998 een gedeeltelijke WAO-uitkering toegekend, die in 1999 werd ingetrokken nadat zij haar werk hervatte. Later stelde zij dat haar klachten veroorzaakt werden door Multiple Chemical Sensitivity (MCS), een diagnose die zij als nieuw feit aanvoerde om hernieuwde toekenning van de WAO-uitkering te verkrijgen.
Het UWV weigerde terug te komen op de eerdere besluiten en wees de aanvraag af omdat de vermeende nieuwe feiten niet relevant zijn in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad stelde vast dat het niet zozeer om de diagnose gaat, maar om de beperkingen die in aanmerking genomen worden, en dat de medische informatie onvoldoende objectief bewijs leverde voor beperkingen door MCS ten tijde van de oorspronkelijke uitval.
Daarnaast werd geweigerd om een WAO-uitkering toe te kennen per een latere datum, omdat de toegenomen beperkingen vanaf november 2006 het gevolg zijn van hersenbloedingen, een andere oorzaak dan de oorspronkelijke surmenageklachten. De rechtbank Amsterdam had het beroep tegen het UWV-besluit ongegrond verklaard, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op eerdere WAO-besluiten en de weigering tot hernieuwde toekenning van de WAO-uitkering.