ECLI:NL:CRVB:2011:BP7031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening intrekking en terugvordering bijstandsuitkering na vrijspraak steunfraude
Appellant verzocht het College om herziening van het besluit van 23 juli 2004, waarbij zijn bijstandsuitkering over de periode van 16 september 2002 tot en met 19 januari 2004 werd ingetrokken en teruggevorderd.
Hoewel appellant in strafrechtelijke procedures door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch werd vrijgesproken van steunfraude, oordeelt de bestuursrechter dat deze strafrechtelijke uitspraken niet bindend zijn voor het bestuursrechtelijke geschil. De bestuursrechter hanteert een andere rechtsvraag en ander procesrecht.
De Raad stelt dat het verzoek om herziening slechts kan slagen indien sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderende omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De vrijspraak vormt volgens de Raad geen nieuw feit of veranderde omstandigheid.
Daarom was het College bevoegd om het verzoek af te wijzen en bevestigt de Centrale Raad van Beroep de eerdere uitspraak van de rechtbank Roermond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstandsuitkering wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.