ECLI:NL:CRVB:2011:BP7011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering arbeidsongeschiktheidsuitkering Wajong ondanks gewijzigde regelgeving
Appellante, geboren in 1981 en sinds 2001 rechtmatig in Nederland verblijvend, vroeg op 28 december 2008 een Wajong-uitkering aan. Het UWV wees deze aanvraag op 4 maart 2009 af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar wegens een formeel gebrek, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand, stellende dat het UWV gehouden was de arbeidsongeschiktheid van appellante buiten aanmerking te laten volgens de beleidsregels van 1 juni 2004.
In hoger beroep voerde appellante aan dat bijzondere omstandigheden het UWV tot afwijking van de beleidsregels hadden moeten brengen en dat onvoldoende onderzoek was verricht. De Raad concludeerde echter dat geen nieuwe omstandigheden waren gebleken die afwijken van de beleidsregels rechtvaardigen en dat het UWV geen nader onderzoek hoefde te doen.
Hoewel appellante in 2010 alsnog een Wajong-uitkering kreeg toegekend op basis van gewijzigde regelgeving, heeft deze toekenning geen terugwerkende kracht. De medische stukken die appellante overlegde, konden het eerdere oordeel niet wijzigen omdat de afwijzing primair was gebaseerd op het rechtmatig verblijf vanaf 2001 en niet op medische gronden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering door het UWV, ondanks latere toekenning op basis van gewijzigde regelgeving.