ECLI:NL:CRVB:2011:BP6950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen de uitspraak van de rechtbank die het besluit van het UWV bevestigde om haar WAO-uitkering per 16 december 2007 in te trekken. Zij stelde dat er sprake was van een onzorgvuldige medische voorbereiding en dat zij volledig arbeidsongeschikt bleef op medische gronden. Tevens voerde zij aan dat het zorgvuldigheidsbeginsel een second opinion vereist wanneer partijen van mening verschillen over medische feiten.
De Raad overwoog dat de rechtbank de grieven van appellante afdoende en gemotiveerd had behandeld en onderschreef deze overwegingen volledig. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de objectiviteit van de psychiater die het medisch rapport opstelde, temeer daar appellante gebruik had gemaakt van het inzage- en correctierecht zonder aanvullingen te geven.
Verder concludeerde de Raad dat appellante geen medische gegevens had overgelegd die haar stellingen ondersteunden en dat ook niet was gebleken dat zij op de relevante datum onder behandeling was. Daarom was er geen reden voor nader medisch onderzoek of het benoemen van een deskundige.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en intrekking WAO-uitkering bevestigd wegens onvoldoende medische onderbouwing.