ECLI:NL:CRVB:2011:BP6947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering: medische beoordeling voldoende zorgvuldig en gemotiveerd
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar die het besluit tot herziening van de WAO-uitkering van betrokkene vernietigde. De rechtbank oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, met name vanwege het niet volgen van de MAOC-richtlijn en het ontbreken van een goede motivering voor het niet aannemen van een arbeidsduurbeperking.
Het UWV betwistte deze conclusies in hoger beroep en stelde dat de medische beoordeling wel degelijk zorgvuldig was uitgevoerd, met voldoende rekening gehouden werd met de klachten van betrokkene, waaronder fibromyalgie, en dat er geen medische indicatie was voor een urenbeperking. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische beoordeling voldoende zorgvuldig en draagkrachtig gemotiveerd is en dat de artsen geen onjuiste toepassing van het arbeidsongeschiktheidscriterium hebben gemaakt.
De Raad stelt vast dat de beperkingen die zijn vastgesteld aansluiten bij de klachten en dat er geen noodzaak is voor aanvullend onderzoek naar beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren. Ook is de afwezigheid van een medische indicatie voor een urenbeperking adequaat onderzocht en gemotiveerd. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waarmee het besluit van 3 november 2008 in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 3 november 2008 wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.