ECLI:NL:CRVB:2011:BP6940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV trok deze uitkering per 23 januari 2008 in, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bleek te zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, omdat onvoldoende aanwijzingen waren dat het UWV haar beperkingen had onderschat.
In hoger beroep voerde appellante aan dat een deskundige benoemd had moeten worden en dat zij haar beperkingen niet goed had kunnen toelichten. Zij overhandigde een advies van psychiater De Mooij, die de diagnose en beperkingen van het UWV bevestigde. De Raad oordeelde dat dit geen nieuwe gezichtspunten bevatte en dat de beperkingen niet onderschat waren.
De Raad concludeerde dat appellante met haar beperkingen in staat is de voorgestelde functies te verrichten. Omdat de toelichting op deze functies pas in hoger beroep voldoende was, veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante. Het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.