ECLI:NL:CRVB:2011:BP6929
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening WW-dagloon wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Betrokkene had bij het UWV een WW-uitkering ontvangen met een vastgesteld dagloon per 1 februari 2006. Zij verzocht om herziening van dit dagloon omdat naar haar mening geen rekening was gehouden met haar inkomsten uit een WAO-uitkering en een invaliditeitspensioen. Het UWV wees dit verzoek af omdat het destijds bekend was met deze uitkeringen en er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren.
De rechtbank had het bezwaar van betrokkene deels gegrond verklaard en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij onderscheid werd gemaakt tussen de periode voorafgaand aan het verzoek en de periode daarna. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond. De Raad stelt dat het verzoek om herziening geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevat die tot een ander besluit kunnen leiden.
De Raad benadrukt dat het UWV bevoegd was het verzoek af te wijzen op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat de WW-uitkering ten tijde van het verzoek reeds was beëindigd, waardoor een splitsing tussen verleden en toekomst niet aan de orde was. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het verzoek om herziening van het WW-dagloon wordt afgewezen.