ECLI:NL:CRVB:2011:BP6870

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-1501 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 55 WWBArt. 58 lid 1 sub a WWB
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking en terugvordering bijzondere bijstand wegens ontbreken verifieerbare rekeningen

Appellante had bijzondere bijstand ontvangen voor woninginrichting onder de voorwaarde dat zij binnen 30 dagen verifieerbare rekeningen van de aangeschafte goederen zou overleggen. Zij voldeed niet aan deze verplichting, waarna het College van burgemeester en wethouders van Utrecht de bijstand introk en terugvorderde.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de verplichting tot overlegging van controleerbare rekeningen gerechtvaardigd is om het recht op bijstand effectief te kunnen controleren.

De door appellante overgelegde handgeschreven verklaring en het bankafschrift zijn onvoldoende om aannemelijk te maken dat het geld daadwerkelijk voor woninginrichting is gebruikt. Bijzondere omstandigheden die appellante aanvoert, zijn niet voldoende om af te wijken van de controleverplichting.

De Raad acht het besluit tot intrekking en terugvordering dan ook terecht en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de bijzondere bijstand wordt bevestigd.

Uitspraak

09/1501 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 30 januari 2009, 08/405 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (hierna: College).
Datum uitspraak: 22 februari 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2011. Appellante is in persoon verschenen bijgestaan door mr. J.J. Stobbe, advocaat te Utrecht. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door E.J.W. Bruinsma, werkzaam bij de gemeente Utrecht.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.
1.1. Bij besluit van 16 juli 2007 is aan appellante bijzondere bijstand voor de kosten van woninginrichting toegekend tot een bedrag van € 2.815,--. Daarbij heeft het College aan appellante de verplichting opgelegd om binnen 30 dagen na betaling van de bijzondere bijstand de definitieve rekeningen van de aangeschafte goederen te overleggen.
1.2. Bij besluit van 15 november 2007 heeft het College de aan appellante verstrekte bijzondere bijstand van € 2.815,-- voor woninginrichting ingetrokken en teruggevorderd, nu zij niet aan de in 1.1 genoemde verplichting heeft voldaan.
1.3. Bij besluit van 21 januari 2008 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 15 november 2007 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 21 januari 2008 ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Ingevolge artikel 55 van Pro de WWB kunnen burgemeester en wethouders aan de ontvanger van bijstand verplichtingen opleggen die strekken tot arbeidsinschakeling dan wel die verband houden met aard en doel van een bepaalde vorm van bijstand of die strekken tot vermindering of beëindiging van de bijstand. De hier aan de orde zijnde verplichting kan in beginsel worden geacht verband te houden met de aard en het doel van de verleende bijstand.
4.2. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat appellante niet heeft voldaan aan de in het toekenningsbesluit gestelde voorwaarde dat zij verifieerbare rekeningen/nota’s van de aangeschafte goederen dient over te leggen. Met het oog op een effectieve controle en correcte beoordeling van het recht op bijstand is het gerechtvaardigd dat de (medewerkers van de) gemeente de definitieve rekeningen kunnen inzien. De handgeschreven verklaring van de heer [A.]l waarvan appellante stelt dat ze bij hem de goederen heeft aangeschaft, is daartoe onvoldoende, temeer daar zijn adres en/of telefoonnummer ontbreekt, waardoor die verklaring niet te verifiëren is. Ook uit het door appellante overgelegde bankafschrift van 20 september 2007, waaruit blijkt dat zij op 17 september 2007 in totaal € 3.000,-- heeft opgenomen valt niet op te maken dat het opgenomen geld is gebruikt voor de woninginrichting. De ter zitting nogmaals benadrukte bijzondere omstandigheden van appellante acht de Raad onvoldoende om van appellante niet te verlangen dat zij controleerbare en verifieerbare rekeningen/nota’s van de aangeschafte goederen dient aan te leveren.
4.3. De Raad is dan ook met de rechtbank van oordeel dat het College op goede gronden tot intrekking van de bijzondere bijstand is overgegaan.
4.4. De wijze van uitoefening van de intrekkingsbevoegdheid is niet bestreden.
4.5. Hiermee is voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 58, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB voor terugvordering van appellante van de verstrekte bijzondere bijstand. De wijze waarop van de bevoegdheid tot terugvordering gebruik is gemaakt is evenmin bestreden.
4.6. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2011.
(get.) A.B.J. van der Ham.
(get.) E. Heemsbergen.
IJ