ECLI:NL:CRVB:2011:BP6853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WWIK-uitkering wegens niet tijdig overleggen gegevens
Appellant ontving een WWIK-uitkering over de periode van 1 januari tot en met 30 november 2006. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam verzocht appellant meerdere malen om de benodigde inkomensgegevens voor de definitieve vaststelling van de uitkering te overleggen. Appellant heeft deze gegevens niet tijdig ingediend, waarna het College besloot de uitkering van €7.327,95 terug te vorderen.
Appellant voerde aan dat het niet tijdig overleggen van de gegevens niet aan hem te wijten was vanwege de ernstige ziekte en het overlijden van zijn moeder, en zijn wens om zijn werk als cellist voort te zetten. De Raad oordeelde echter dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij buiten staat was zijn belangen te behartigen of tijdig uitstel te vragen.
De Raad stelde vast dat het College op grond van artikel 30 van Pro de WWIK gehouden was tot terugvordering. Ook zag de Raad geen dringende redenen zoals bedoeld in artikel 32 WWIK Pro om van terugvordering af te zien. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin het beroep van appellant ongegrond werd verklaard, werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De terugvordering van de WWIK-uitkering wordt bevestigd omdat appellant niet tijdig de gevraagde gegevens heeft verstrekt en geen dringende redenen voor uitstel heeft aangetoond.