ECLI:NL:CRVB:2011:BP6418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling dagloon na ontslag op staande voet en verlies arbeidsuren
Appellante werd op 17 januari 2009 op staande voet ontslagen, waarna zij vanaf 18 januari 2009 geen werkzaamheden meer verrichtte. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde het dagloon vast op basis van het refertejaar 2008, omdat het arbeidsurenverlies volgens hen op 18 januari 2009 was ingetreden.
Appellante voerde aan dat het arbeidsurenverlies pas op 1 mei 2009 was ingetreden, de datum waarop de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbond, en beriep zich op de Regeling gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren en diverse wettelijke bepalingen. De Raad overwoog dat deze regeling alleen ziet op uren voorafgaand aan het arbeidsurenverlies en dat de wettelijke bepalingen niet van toepassing zijn in haar situatie.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het arbeidsurenverlies feitelijk op 18 januari 2009 plaatsvond, omdat appellante vanaf die datum niet meer werkte. Het feit dat het ontslag later door de rechter werd bevestigd, doet hieraan niets af. De vaststelling van het dagloon over het refertejaar 2008 is daarom juist.
Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het dagloon van € 22,21 over het refertejaar 2008 wordt bevestigd.