ECLI:NL:CRVB:2011:BP6124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening beroepschrift AOW-pensioen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank waarin zijn recht op een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) was vastgesteld. Hij meent dat zijn pensioen ten onrechte is gekort over de periode waarin hij met zijn tweede echtgenote was gehuwd en vordert een volledige pensioenuitkering tot de datum van zijn scheiding.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant het beroepschrift niet tijdig had ingediend. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad gaat ervan uit dat de beroepstermijn op 29 juni 2007 is aangevangen en zes weken bedroeg, waardoor de termijn op 10 augustus 2007 eindigde. Het beroepschrift werd echter pas op 25 februari 2008 ingediend.
De Raad oordeelt dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank. De omstandigheden die appellant aanvoert, rechtvaardigen geen uitzondering. De Raad bevestigt daarom de niet-ontvankelijkverklaring en ziet geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.