ECLI:NL:CRVB:2011:BP6054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft zich ziek gemeld wegens fysieke klachten en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV stelde vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt en wees de uitkering af. Zowel het bezwaar als het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij ernstiger beperkt is dan vastgesteld en dat de functie van huishoudelijk medewerker niet passend is. Zij overlegde medische documenten ter onderbouwing. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en overtuigend was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De ingediende medische stukken gaven geen aanleiding tot een ander oordeel.
De Raad stelde vast dat de functies die ten grondslag liggen aan de schatting, waaronder huishoudelijk medewerker, medisch geschikt zijn voor appellante. De stelling dat deze functie haar maatmanfunctie betreft, werd gemotiveerd weerlegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.