ECLI:NL:CRVB:2011:BP5969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens weigering medewerking re-integratietraject
Appellant, geboren in 1965 in Irak, ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam trachtte appellant sinds medio 2008 te laten deelnemen aan een re-integratietraject, dat door appellant werd geweigerd. In januari 2009 werd appellant aangemeld bij Epheon Re-integratie B.V., waar hij op 7 april 2009 verscheen. Tijdens gesprekken eiste appellant een baangarantie binnen twee weken, welke het College niet kon geven. Vervolgens weigerde appellant het werkplan te ondertekenen en medewerking te verlenen.
Het College legde daarom een verlaging van de bijstand op van 100% voor één maand, conform de Afstemmingsverordening. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en tegen de afwijzing van zijn verzoek tot schadevergoeding.
De Raad oordeelt dat het College terecht de plaatsing bij Epheon als een re-integratievoorziening heeft aangemerkt en dat appellant door zijn houding en gedrag zeer ernstig tekort is geschoten in zijn verplichtingen onder artikel 9, eerste lid, WWB. De verlaging van de bijstand is daarom terecht opgelegd. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een lagere verlaging rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende één maand wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.