ECLI:NL:CRVB:2011:BP5664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering en redelijke termijn overschrijding
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WAO-uitkering per 14 september 1995, omdat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid op minder dan 15% had vastgesteld. Na medisch onderzoek concludeerde het UWV dat appellant geschikt was voor passende functies en geen relevant verlies aan verdiencapaciteit had.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat de redelijke termijn van twee jaar was overschreden, waarbij de overschrijding voor rekening van het UWV kwam. De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €1000 wegens de overschrijding.
In hoger beroep stelde appellant dat de belastbaarheid onjuist was vastgesteld en dat de schadevergoeding niet gematigd mocht worden. De Raad oordeelde dat appellant geen onderbouwing voor zijn stelling had geleverd en bevestigde dat de overschrijding van de redelijke termijn deels voor rekening van appellant kwam vanwege vertragingen rond zijn komst naar Nederland en visumaanvraag. De overschrijding bedroeg uiteindelijk vier maanden, waarvoor een vergoeding van €500 passend is. De eerdere vergoeding van €1000 blijft gehandhaafd omdat het UWV daartegen geen hoger beroep instelde.
De Raad bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering en kent een schadevergoeding van €500 toe wegens een beperkte overschrijding van de redelijke termijn.