ECLI:NL:CRVB:2011:BP5532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing langdurigheidstoeslag onterecht wegens marginaal hoger inkomen dan bijstandsnorm
Betrokkene had een aanvraag ingediend voor een langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 van Pro de WWB, die door het college van burgemeester en wethouders van Almere werd afgewezen omdat betrokkene gedurende de referteperiode een inkomen had dat hoger was dan de bijstandsnorm.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat het marginale hogere inkomen het recht op toeslag niet uitsloot, mede vanwege een technisch verschil in berekeningswijze. Tevens veroordeelde de rechtbank appellant tot vergoeding van proceskosten, maar de Centrale Raad stelde vast dat hiervoor geen grond was omdat niet was aangetoond dat betrokkene kosten had gemaakt voor rechtsbijstand.
De Raad bevestigde dat het netto-inkomen inclusief vakantietoeslag als maatstaf geldt en dat een enkele euro boven de bijstandsnorm geen beletsel vormt voor toekenning van de toeslag. De proceskostenveroordeling werd vernietigd, terwijl de rest van de uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de langdurigheidstoeslag op grond van een marginaal hoger inkomen dan de bijstandsnorm is onterecht en de proceskostenveroordeling wordt vernietigd.