ECLI:NL:CRVB:2011:BP5207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Verlenging diplomatermijn studiefinanciering bij bijzondere niet-medische omstandigheden
Appellant verzocht om verlenging van de diplomatermijn studiefinanciering met twee maanden vanwege bijzondere niet-medische omstandigheden. De IB-Groep, later de Minister, verleende een verlenging maar weigerde een verdere verlenging van één maand, ondanks een verklaring van de onderwijsinstelling dat de omstandigheden nog een maand langer duurden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de diplomatermijn correct was verlengd tot 31 oktober 2009. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de diplomatermijn verlengd had moeten worden tot de datum van afstuderen.
De Raad oordeelde dat artikel 5.16 Wsf 2000 dwingend voorschrijft dat de diplomatermijn verlengd moet worden met de duur van de bijzondere omstandigheden. Omdat deze omstandigheden nog een maand langer duurden dan aanvankelijk toegekend, moest de diplomatermijn worden verlengd tot 1 december 2009.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, herroept de eerdere besluiten en bepaalt dat appellant het diploma binnen de verlengde diplomatermijn heeft behaald. Hierdoor worden de prestatiebeurs en OV-lening omgezet in een gift. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De diplomatermijn wordt verlengd tot 1 december 2009 en de prestatiebeurs en OV-lening worden omgezet in een gift.