ECLI:NL:CRVB:2011:BP5157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering per 21 december 2006, omdat zij van mening is dat haar functionele beperkingen niet juist zijn vastgesteld en zij de geduide functies niet kan vervullen.
De rechtbank Leeuwarden heeft het beroep ongegrond verklaard en geoordeeld dat de medische en arbeidskundige beoordeling, waaronder de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opgesteld door verzekeringsarts Wijnen en bevestigd door bezwaarverzekeringsarts Miedema, zorgvuldig en juist is. De psychische klachten van appellante zijn volgens de rechtbank pas na de peildatum ontstaan en de subjectieve pijnklachten zijn onvoldoende objectief onderbouwd.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank. De Raad acht de medische beperkingen zoals vastgesteld in de FML van 9 augustus 2006 juist en ziet geen aanleiding om het rapport van bedrijfsarts Sangster, dat meer beperkingen suggereert, te volgen vanwege onvoldoende motivatie. De Raad bevestigt daarmee de intrekking van de WAO-uitkering en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 21 december 2006 wordt bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.