ECLI:NL:CRVB:2011:BP5145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid arbeidsongeschiktheid en toekenning WGA-uitkering bij paniekstoornis met agorafobie
Appellante, die sinds juni 2006 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt is, kreeg aanvankelijk geen WIA-uitkering toegekend. Na bezwaar kende het Uwv haar per 26 juni 2008 een WGA-uitkering toe, maar weigerde een IVA-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde dat het Uwv voldoende gemotiveerd had dat haar aandoening behandelbaar is en dat er een redelijke kans op herstel bestaat. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de beoordeling onvoldoende specifiek was en dat haar paniekstoornis met agorafobie niet gelijkgesteld kan worden met ptss, en dat het verzekeringsgeneeskundige protocol onvoldoende steun biedt voor het standpunt van het Uwv.
De Raad oordeelde dat de medische rapporten, waaronder die van de psychiater Groenendijk, duidelijk maken dat behandeling mogelijk is met kans op herstel of verbetering van belastbaarheid. Het ontbreken van behandeling is niet toe te schrijven aan medisch-psychische factoren inherent aan de aandoening. Er is geen nieuwe medische informatie die het oordeel over duurzaamheid ondermijnt. Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante recht heeft op een WGA-uitkering, maar geen IVA-uitkering wegens het ontbreken van duurzaamheid van haar arbeidsongeschiktheid.