ECLI:NL:CRVB:2011:BP5135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 9 juli 2007 geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV-besluit gebaseerd was op een juiste medische en arbeidskundige grondslag.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn wisselende belastbaarheid door een cyclothyme stoornis onvoldoende werd meegenomen en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvolledig was. De Raad benoemde deskundigen, waaronder een psychiater en een neuroloog, die concludeerden dat er geen neurologische afwijkingen waren en dat de FML adequaat was.
De Raad volgde de deskundigen en oordeelde dat de door het UWV aangehouden functies passend waren bij de vastgestelde belastbaarheid. De Raad zag geen reden om af te wijken van het oordeel van de deskundigen en bevestigde het eerdere besluit dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dus geen recht heeft op een WIA-uitkering.
Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is volgens medische en arbeidskundige beoordeling.