ECLI:NL:CRVB:2011:BP5053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens onvoldoende procesbelang bij compensatie eigen risico
Betrokkene diende op 31 januari 2009 een aanvraag in bij het CAK voor compensatie van het eigen risico over 2008, welke door het CAK op 18 februari 2009 werd afgewezen. Het bezwaar van betrokkene tegen deze afwijzing werd op 25 maart 2009 ongegrond verklaard. De rechtbank Leeuwarden vernietigde het besluit van 25 maart 2009 wegens strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven.
Het CAK stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat het besluit zorgvuldig was voorbereid. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep zich richtte tegen de vernietiging van het besluit wegens schending van artikel 3:2 Awb Pro, maar niet tegen de bepaling dat de rechtsgevolgen in stand blijven. Hierdoor had het CAK onvoldoende procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het geschil.
De Raad stelde vast dat het CAK met het hoger beroep geen resultaat kon bereiken dat voor hem feitelijk betekenis had en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd een griffierecht van €447 opgelegd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van het CAK wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang.