ECLI:NL:CRVB:2011:BP5023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek vaststelling dagloon WAO
Appellant verzocht medio 2006 het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om terug te komen op het besluit van 2 oktober 1996 waarin zijn dagloon voor de WAO-uitkering was vastgesteld. Dit verzoek werd door het Uwv bij besluit van 20 november 2007 afgewezen omdat de ingediende inkomensgegevens niet betrekking hadden op het refertejaar. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit werd op 17 juni 2008 ongegrond verklaard.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant tegen het bezwaar ongegrond, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden. Appellant stelde in hoger beroep dat hij destijds vanwege gezondheidsklachten niet in staat was het besluit aan te vechten en dat het besluit naar een verkeerd adres was gestuurd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank de zaak terecht had beoordeeld en dat het verzoek tot herziening terecht was afgewezen. De Raad stelde vast dat het bezwaarbesluit op het juiste adres was verzonden en dat de aanvankelijk onjuiste adressering van het eerdere besluit geen aanleiding gaf tot herziening. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek tot herziening van het dagloon bevestigd.