ECLI:NL:CRVB:2011:BP4861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen arbeid als broodbezorger
Appellant, laatstelijk werkzaam als broodbezorger, meldde zich ziek met vermoeidheidsklachten en schildklierlijden. Na meerdere medische beoordelingen door verzekeringsartsen van het UWV werd geconcludeerd dat appellant niet langer wegens ziekte ongeschikt was voor zijn eigen arbeid. Het UWV beëindigde daarom het recht op ziekengeld per 30 juni 2008.
Appellant maakte bezwaar en voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvolledig was, dat hij ernstige psychische klachten had en dat een psychiatrisch onderzoek noodzakelijk was. Ook stelde hij dat het niet verschijnen op de hoorzitting het gevolg was van een misverstand. De Raad oordeelde dat het UWV zorgvuldig en afdoende onderbouwd had besloten op basis van medische gegevens, waaronder rapportages van verzekeringsartsen en informatie van het Riagg.
De Raad vond geen aanleiding voor een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek en stelde dat het niet verschijnen op de hoorzitting voor rekening van appellant kwam. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld omdat hij geschikt is voor zijn eigen arbeid als broodbezorger.