ECLI:NL:CRVB:2011:BP4840
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaald ziekengeld zonder dringende medische redenen
Appellante maakte bezwaar tegen de terugvordering van onverschuldigd betaald ziekengeld over de periode van januari tot juli 2007 door het UWV. Zij beriep zich op dringende medische redenen vanwege psychische klachten, zoals eerder ook in een WAO-procedure was vastgesteld.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de psychische klachten niet zodanig ernstig waren dat terugvordering onaanvaardbare sociale of financiële consequenties zou hebben. De Raad bevestigt dit oordeel na bestudering van medische rapportages van bezwaarverzekeringsartsen die appellante hebben onderzocht.
De Raad benadrukt dat het verschil in medisch onderzoek tussen de WAO- en Ziektewetprocedure ertoe leidt dat het eerdere besluit om af te zien van terugvordering in de WAO-procedure niet automatisch geldt voor de Ziektewet. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel wordt verworpen.
De uitspraak bevestigt de terugvordering van € 8.501,76 bruto door het UWV, omdat geen dringende reden is aangetoond om hiervan af te zien. De procedure is zorgvuldig verlopen met inachtneming van hoor en wederhoor.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigd betaald ziekengeld wegens het ontbreken van dringende medische redenen.