ECLI:NL:CRVB:2011:BP4775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding zonder commerciële relatie
Appellante diende op 12 november 2007 een aanvraag om bijstand in, waarbij zij aanvankelijk op een adres woonde en later per 18 november 2007 verhuisde naar een ander adres. De Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente weigerde de bijstand op grond van het voeren van een gezamenlijke huishouding met een ander persoon vanaf 18 november 2007. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep.
De Raad beoordeelde de periode van 18 november 2007 tot en met 14 december 2007 en stelde vast dat op grond van artikel 3 WWB Pro sprake is van gezamenlijke huishouding indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zorg voor elkaar dragen, bijvoorbeeld door het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding. De kern van het geschil betrof de vraag of er sprake was van wederzijdse zorg.
De Raad vond het rapport en het huisbezoek van 26 november 2007 voldoende bewijs dat appellante en de ander zorg voor elkaar droegen, zoals gedeelde huishoudelijke taken, samen boodschappen doen, en hulp bij het ophalen van spullen. Er was geen huurovereenkomst of betalingsbewijzen overgelegd die een commerciële relatie zouden ondersteunen. De Raad verwierp het verweer dat sprake was van een commerciële relatie en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens gezamenlijke huishouding.