ECLI:NL:CRVB:2011:BP4774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens hennepkwekerij en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand van 7 april 2003 tot 1 november 2003. Het College van B&W Tilburg trok bijstand over de periode 7 april tot 31 mei 2003 in en vorderde de kosten terug, omdat appellant een hennepkwekerij exploiteerde en dit niet meldde, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Tevens werd een boete opgelegd, die later niet werd gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij geen inkomsten uit de hennepkwekerij had en dat intrekking en terugvordering over de periode vanaf 26 mei 2003 niet deugdelijke grondslag hadden, omdat de kwekerij toen was ontmanteld.
De Raad oordeelde dat het College terecht de intrekking en terugvordering over de eerste periode handhaafde vanwege schending van de inlichtingenplicht en het niet aannemelijk maken van recht op bijstand. Voor de tweede periode vanaf 26 mei 2003 tot 31 mei 2003 was het besluit onvoldoende gemotiveerd, omdat niet was vastgesteld of appellant recht op bijstand had, bijvoorbeeld vanwege vrijheidsontneming.
De Raad droeg het College op binnen zes weken het besluit over de tweede periode te herzien en opnieuw te beslissen over intrekking, terugvordering en vergoeding van bezwaar- en beroepskosten. De boete werd niet meer gehandhaafd.
Uitkomst: Intrekking en terugvordering bijstand over eerste periode bevestigd, besluit over tweede periode vernietigd en College opgedragen dit te herstellen.