ECLI:NL:CRVB:2011:BP4345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming bestuursorgaan en vergoeding proceskosten en wettelijke rente
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht inzake een WAO-zaak. Het UWV heeft vervolgens een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarin het geheel aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen. Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten en wettelijke rente.
De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het bestuursorgaan volledig aan de bezwaren van appellante heeft voldaan, waardoor intrekking van het beroep gerechtvaardigd is. De Raad heeft vervolgens beoordeeld welke proceskosten redelijkerwijs gemaakt zijn in verband met de behandeling van het hoger beroep en heeft deze begroot op € 437,-- voor verleende rechtsbijstand.
Daarnaast is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, conform eerdere jurisprudentie van de Raad. Het griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het UWV verhalen. De zitting is achterwege gelaten met toestemming van partijen en de beslissing is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.