ECLI:NL:CRVB:2011:BP3986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Herplaatsingsinspanningen en reorganisatieontslag bij ambtenaar na functieverlies door reorganisatie
Appellant was sinds 1978 werkzaam bij het CBS en verloor zijn functie door een reorganisatie in 2000. Na plaatsing in een andere functie bleek hij niet geschikt, waarna de directeur-generaal hem ontsloeg op grond van ongeschiktheid. Dit ontslag werd door de rechtbank vernietigd vanwege onjuiste toepassing van de ontslaggrond. De Raad stelde dat het ontslag op reorganisatiegrondslag (artikel 96, tweede lid, ARAR) wel gerechtvaardigd was, omdat voldoende herplaatsingsinspanningen waren verricht en appellant zelf geen alternatieve functies had voorgesteld.
De rechtbank vernietigde een besluit omdat daarin geen beslissing was genomen over vergoeding van kosten van bezwaar, maar bevestigde het ontslag. De Raad oordeelde dat de directeur-generaal terecht reorganisatieontslag verleende en dat de eerdere uitspraak kracht van gewijsde heeft. Appellant kon geen nieuwe feiten aandragen die tot een ander oordeel zouden leiden.
Daarnaast behandelde de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De totale procedure duurde ruim zes jaar, terwijl de redelijke termijn volgens jurisprudentie maximaal vier jaar mag bedragen. De Raad constateerde dat de overschrijding deels aan het bestuursorgaan en deels aan de rechterlijke instanties kan worden toegerekend. Daarom werd het onderzoek heropend en de Staat der Nederlanden als partij toegevoegd voor een nadere uitspraak over schadevergoeding.
Uitkomst: Het reorganisatieontslag is rechtmatig verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt heropend voor nadere beoordeling.