ECLI:NL:CRVB:2011:BP3975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks psychische en lichamelijke klachten
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, viel in 1997 uit wegens psychische en lichamelijke klachten en kreeg in 1998 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
In 2007 herbeoordeelde het Uwv haar arbeidsongeschiktheid. Verzekeringsartsen concludeerden dat er geen ziekte of gebrek aanwezig was, maar erkenden functionele beperkingen die resulteerden in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Arbeidsdeskundig onderzoek wees op drie geschikte functies waarmee appellante een inkomen kon verdienen dat een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% rechtvaardigde. Het Uwv herzag daarop de uitkering per 20 april 2008.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellante haar klachten en voegde verklaringen toe over flauwvallen en een GAF-score van 45, maar de Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de FML voldoende rekening hield met alle informatie.
De bezwaarverzekeringsarts had de GAF-score kritisch beoordeeld en de verklaringen van derden als onvoldoende objectief verworpen. Ook was vastgesteld dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren per de datum van herziening. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.