ECLI:NL:CRVB:2011:BP3836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding bij ZW en WAO-uitkeringen
Appellant maakte bezwaar tegen het beëindigen van zijn Ziektewet-uitkering en het intrekken van zijn WAO-uitkering. Beide bezwaren werden door het UWV niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijnen.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat ernstige psychische klachten hem verhinderden tijdig bezwaar te maken en dat het UWV ten onrechte geen besluit aan zijn gemachtigde had gezonden.
De Raad concludeerde dat uit medische rapportages en gedragswaarnemingen bleek dat appellant wel in staat was om relevante handelingen te verrichten, zoals het invullen van werkbriefjes en het nakomen van afspraken. Ook werd vastgesteld dat appellant zijn vader niet als gemachtigde had aangemeld en dat het besluit naar het ouderlijk adres was gestuurd. De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.