ECLI:NL:CRVB:2011:BP3421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten psychologische behandelingen wegens niet-noodzakelijkheid
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van psychologische behandelingen, welke door het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen bij besluit zijn afgewezen. Het bezwaar tegen dit besluit werd eveneens ongegrond verklaard, met als grond dat de kosten niet als noodzakelijk worden beschouwd binnen de voorliggende voorziening, de Zorgverzekeringswet (Zvw).
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Appellant heeft hiertegen hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad heeft overwogen dat op grond van artikel 15, eerste lid, van de WWB geen recht op bijstand bestaat indien een voorliggende voorziening passend en toereikend is, en dat kosten die binnen die voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt, niet voor bijstand in aanmerking komen.
De Raad stelde vast dat de kosten waarvoor bijstand werd gevraagd niet tot het basispakket van de ziektekostenverzekering behoorden en dat deze zorg niet werd vergoed als noodzakelijke zorg onder de Zvw. Ook het feit dat een deel van de kosten via een aanvullende verzekering werd vergoed, deed hieraan niet af. Er waren geen zeer dringende redenen om af te wijken van artikel 15 WWB Pro. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor psychologische behandelingen wordt bevestigd wegens niet-noodzakelijkheid binnen de Zorgverzekeringswet.