ECLI:NL:CRVB:2011:BP3328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering ondanks medische beperkingen appellant
Appellant raakte tijdens zijn werk als vrachtwagenchauffeur gewond aan zijn onderrug en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank stelde een onafhankelijke neuroloog aan die concludeerde dat de functionele beperkingen van appellant voldoende waren meegenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), hoewel hij een urenbeperking van vier uur per dag adviseerde.
De bezwaarverzekeringsarts reageerde dat er geen neurologische pathologie was en dat een urenbeperking alleen op specifieke energetische of preventieve gronden kan worden toegekend, die hier niet aanwezig zijn. De rechtbank volgde het oordeel van de neuroloog en de verzekeringsarts en wees het beroep af.
In hoger beroep stelde appellant dat het oordeel van de onafhankelijke deskundige gevolgd moest worden, die een urenbeperking noodzakelijk achtte. De Raad stelde echter vast dat de neuroloog zijn standpunt had bijgesteld en dat de medische beperkingen adequaat waren verwerkt in de FML. De Raad zag geen reden om af te wijken van het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts en bevestigde het besluit tot weigering van de WIA-uitkering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.