ECLI:NL:CRVB:2011:BP3324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35% per 21 november 2008. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit voldoende was.
In hoger beroep betoogde appellant dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat het verzekeringsgeneeskundig protocol Depressieve stoornis niet was toegepast en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) een verborgen beperking bevatte. De Raad overwoog dat het onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig en weloverwogen was en dat het protocol slechts een hulpmiddel is, niet dwingend voorschrijvend.
De Raad stelde vast dat de FML van 6 november 2008 adequaat rekening houdt met de beperkingen van appellant, waaronder het hanteren van lasten tot 10 kilogram. De vermeende verborgen beperking werd niet vastgesteld. Ook de arbeidskundige rapportage bevestigde dat de belastbaarheid passend was voor de geschatte functies.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit een juiste medische en arbeidskundige grondslag heeft en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.